We voelen ons vrij

Dag 1 van de vakantie in Zeeland. De jongens zijn bij mijn ouders. Alco en ik hebben een reservering gedaan bij een visrestaurant aan zee. We zijn onderweg in mijn auto. Een zwarte Toyota, youngtimer die ik kocht aan het einde van mijn eerste jaar als ondernemer. We rijden rustig op een kalm slingerend weggetje richting zee. Alco heeft Google maps op zijn telefoon in zijn handen en zegt; ‘je hoeft alleen maar rechtdoor en dan rijden we zo naar de zee toe.” Het is tropisch warm buiten, de muziek staat aan, we kletsen ontspannen en voelen ons vrij. We hebben net bij onze caravan geproost met een alcoholvrij biertje en een klein dutje gedaan. We hebben een week samen voor de boeg, zonder onze zoontjes (7 en en 10 jaar), zonder werk of verplichtingen, heerlijk! 

Twee blonde jongetjes

Plots zegt Alco: “Sara, je moet hier stoppen!!”. In een flits zie ik haaientanden op de weg. Ik rem zo hard ik kan. Maar we botsen alsnog. Er is namelijk, voor mijn gevoel, uit het niets een grote weg die ons kruist. Een weg waar auto’s veel harder rijden dan dat wij deden. De auto waarmee we botsen beland aan de kant van de weg achter onze auto. Twee auto’s staan nu achter elkaar aan de kant van de weg. Beide totall los.  Alco vraagt; “Sara, mankeer jij niets?” Ik zeg alleen maar aan de lopende band zo iets als “oh, nee, oh fuck!’ Alco mankeert gelukkig ook niets. De grootste schrik moest toen nog komen, namelijk op het moment dat er een heel gezin uit de auto stapt die ik net aangereden heb. Twee blonde jongetjes stappen uit de auto en  een moeder die heel kalm maar bleek van de schrik naar ons kijkt. 

Twee. Blonde, Jongetjes. Bijna van de leeftijd van onze eigen kinderen. Holy fuck.

Schaamte en schuld

De moeder ging met de jongetjes langs de kant van de weg zitten om bij te komen van de schrik. De schaamte die ik voelde was verpletterend. En direct na schaamte kwam schuld. Schaamte en Schuld. Twee gevoelens waar ik normaal ver weg van wil blijven. Nu waren ze zó dominant aanwezig dat ik niet meer kon stoppen met huilen. Ik wist niet waar ik heen moest met mijn schuld. 100 keer zei ik: “I am soooo sorry”, ik gaf de jongetjes een stapel Donald Duckjes die nog in onze auto lagen. Ze hadden er niets aan want ze waren Duits. Niets hielp. De Schaamte en Schuld waren niet van plan zo makkelijk weg te gaan. Ik had een gezin aangereden. Met dat feit moest ik dealen. Thank god was niemand gewond. Letterlijk niemand mankeerde iets. Het gezin was rustig en wonder boven wonder, niet boos. De vader ging heel kalm samen met Alco de formulieren invullen. Ik belde meerdere keren met de politie. Maar die kwam niet. Ze vroegen alleen: “Zijn er gewonden?” Toen ik ‘nee’ zei besloten ze kennelijk dat het niet nodig was om te komen. Wel kwamen er sleep-auto’s. Eerst voor mijn auto, toen voor de auto van de Duitsers.

Sisterhood

En er kwamen vrouwen. Een vrouw gaf een fles drinken, het was zó heet. Een andere vrouw zag mij staan huilen, ze stapte uit haar auto en kwam mij een knuffel geven. Zo ongelofelijk lief.  Maar ik verdiende dat natuurlijk totaal niet. Ik was Schuldig. Wat een heel klein beetje hielp was dat deze vrouw zei: “Iedereen mag fouten maken. Jij dus ook.” Ze keek me diep aan en ik voelde heel sterk de kracht van sisterhood. Verder hoorde ik die dag veel mensen zeggen: “Er zijn geen gewonden. Het is maar blik, blik is vervangbaar. Ongelukken gebeuren nou eenmaal. Zeker in Zeeland”  

Naakt

Toen alles was geregeld gingen we alsnog eten in het vis-restaurant en ja, ook op dat terras met een grote pan mosselen bleven de tranen stromen. Alco zag hoe ontroostbaar ik was en hoe ik mezelf steeds weer beschuldigend toesprak. Als een soort mantra hoorde ik steeds weer in mijn hoofd: ‘Je hebt een gezin aangereden, je bent schuldig aan een ongeval.” Hij zei: “Lieve Sara, het was een ongeluk. Je hebt niet met opzet deze mensen aangereden.”

Na de vis kwam een plons in de zee. Naakt, kwetsbaar, dichter bij elkaar dan ooit. Alco was letterlijk mijn rots in de branding. Ik was intens dankbaar voor onze gezonde lijven die dit overleeft hadden. Het water was heerlijk verkoelend en troostend tegelijk.

Falen

Eenmaal terug in de caravan, die nacht, kon ik totaal niet slapen. Ik voelde heel sterk.

  • Ik ben schuldig. Ik heb gefaald. – 

De tranen bleven maar stromen en bij het idee dat ik het mijn ouders zou moeten vertellen overviel de schaamte mij weer. Ik kreeg geen adem. Ik ging uit bed. Op zoek naar mijn note-book en naar helpende gedachten. Deze drie gedachten hielpen mij uiteindelijk om toch in slaap te komen:

  • ‘Het leven houdt van je’. Dit is een affirmatie van Louise Hay en hij maakte mij acuut rustiger. Als het leven niet van mij zou houden zouden er wel gewonden zijn gevallen.
  • Het is maar blik. Het is maar blik. Het is maar blik.
  • De politie kwam niet. Het was een ongeluk, geen misdrijf.

De volgende dag was alsnog een dag vol tranen. Maar dat waren vooral rouw- tranen om het verlies van mijn auto en mijn onschuld.

Doorvoelen

De rest van de week was heerlijk. Alco en ik waren in de periode hiervoor een beetje uit elkaar gegroeid en nu waren we letterlijk in één klap weer helemaal samen. Hij mocht mij troosten en mijn rots in de branding zijn. We waren onafscheidelijk en dichter bij elkaar dan ooit.

Tot slot: In mijn werk als presentatietrainer kom ik bij mijn deelnemers veel schaamte en schuld tegen. Schaamte om zichtbaar te zijn of te veel ruimte in te nemen. Schuld voor de aandacht die ze voor zichzelf maken en vragen. Zelf heb ik weinig last van schaamte en schuld. Iets met opvoeding, karakter, wie zal het weten. Maar door dit ongeluk kan ik nu zeggen: Ik weet hoe schuld en schaamte voelt. De opmerking: fouten maken mag en fouten maken hoort bij het leven kan ik nu volledig beamen en doorvoelen. En gevoelens van schuld en schaamte gaan voorbij. Zoals alle gevoelens uiteindelijk weer voorbij gaan. 

p.s. de volgende dag vertelde onze fiets-verhuurder, een coole surfer met een volle baard: “Ik weet precies waar jullie dat ongeluk hadden, dat is een beruchte plek, daar gebeuren vaak ongelukken.” Misschien heel erg maar ook dit maakte mijn schaamte iets minder groot.